Kan het ook anders?

Er verdwijnen 300 boeren per dag in de Europese Unie, aldus MO*. Dat zijn er voor Vlaanderen zo een 1.3 per dag of 9 boeren per week. Een schrijnend verhaal: we verliezen wat ooit onze trots was: ons rijke, gediversifieerde landbouwlandschap. Hoe is het ooit zover kunnen komen?

Eén en ander is te verklaren door het feit dat onze landbouwers “prijsnemers” in plaats van “prijszetters” zijn: ze zijn voor hun grondstoffen (bemesting, zaai- en plantgoed, pesticiden, …) afhankelijk van grote multinationals, die door hun schaalgrootte de prijs bepalen. Ook aan de andere kant van het spectrum zijn onze boeren prijsnemers: ze zien zich genoodzaakt om hun producten te verkopen aan grote distributeurs en warenhuizen, opnieuw vaak multinationals die de prijs bepalen. Met handen en voeten gebonden dus aan de prijs die door anderen wordt bepaald, niet langer eigenaar van hun eigen product. Tussen hamer en aambeeld.

Een stilaan dodelijke cocktail: instinctief lijkt de enige manier om uit deze situatie te geraken schaalvergroting en export. Paradoxaal genoeg maakt zo’n aanpak het allemaal nog erger. Niet alleen kunnen enkel de meer kapitaalkrachtige boeren zich een schaalvergroting permitteren, het is ook een strategie van “meer van hetzelfde”: door export wordt een landbouwer ironisch genoeg nóg afhankelijker van de internationale marktprijzen, en dus nóg meer prijsnemer dan prijszetter.

Kan het ook anders? Zo’n honderd jaar geleden had de gemiddelde landbouwer een pak meer controle over zijn productieproces: volledig lokale productie en consumptie, waardoor de landbouwer prijszetter was in plaats van prijsnemer. Een duurzaam systeem zou u denken, maar bedenk dat – voor u uit pure nostalgie en romantiek “terug naar vroeger” gaat schreeuwen – de gemiddelde boer in die periode ook straatarm was. Het was de tijd van grote onzekerheid: een veelbelovende oogst kon in een paar dagen tijd teloor gaan door plagen en ziektes, of door ongunstige weersomstandigheden. De landbouwer was dan wel prijszetter, soms was er eenvoudigweg niets om prijs van te zetten. Controle over de prijs, maar een marionet in het productieproces. De opkomst van mechanisatie en nieuwe landbouwtechnieken, maar vooral ook van gewasbeschermingsmiddelen en pesticiden, luidde een volkomen nieuw tijdperk in: de landbouwer kreeg zowel controle over de prijs als over het productieproces. Het startschot voor een duurzame landbouw hoor ik u denken, maar niets was minder waar.

Want wat is de eerste reflex van een mens in dergelijke omstandigheden: juist, gaan voor méér. Méér aardappelen, grotere bieten, … Een perfect logische reactie, geef hen eens ongelijk. Darwin noemde het al “survival of the fittest”, het zit in ons DNA ingebakken. Wat jammer genoeg niet in ons DNA zit, is de capaciteit om zomaar te kunnen inschatten wat precies “the fittest” is… Is het meer en groter? Of is het duurzamer? De geschiedenis, doorvlochten van failliete varkensboeren en over de kop gegane landbouwbedrijven, leert ons dat het alvast niet het eerste is.

Want hoezeer de komst van pesticiden en andere productieverhogende middelen ook een kans was om de landbouw te verduurzamen, hoe sterker het in werkelijkheid de start van de dodelijke wurggreep inluidde waar onze landbouw heden ten dage in is verstrengeld. Meer opbrengst betekende dat de boer niet langer al zijn producten lokaal kon slijten – hij had hier distributeurs voor nodig. Weg controle over de prijszetting. Meer opbrengst betekende ook de nood aan meer grondstoffen – ook daar de controle kwijt. Het gevolg kent u ondertussen.

Kan het ook anders? Een sterk punt van de lokale landbouw van pakweg honderd jaar geleden was zonder twijfel de lokale productie en verkoop, waardoor de boer prijszetter van zijn eigen producten bleef. En het probleem van de marionet in een productieproces van al dan niet volledig mislukte oogsten is ondertussen sterk gereduceerd. De huidige landbouwtechnologie biedt onze boeren, in tegenstelling tot honderd jaar geleden, een pak meer zekerheid wat betreft het succes van hun productieproces. Een aantal lokaal producerende en verkopende boeren toont alvast dat het kan: lokale, seizoensgebonden landbouw die zorgt voor een veerkrachtig, duurzaam landbouwbedrijf.

Zijn we  al zover op schaal Vlaanderen? Absoluut niet. Dergelijke transitie vraagt een landbouwbeleid met visie en durf, waarbij de sterke punten, het grondgebonden en lokale karakter van onze landbouw, worden versterkt, bijvoorbeeld door voluit in te zetten op lokale productie en nichemarkten in plaats van op massaproductie en export. Een landbouwbeleid dat zich richt op het langetermijnswelzijn van onze boeren, niet op het geldgewin van een aantal multinationals en grote spelers. Gaan voor grondgebonden, korte ketenlandbouw in plaats van voor agro-industrie: een landbouwbeleid waar zowel boer als burger beter van wordt.

Zo wordt iets wat vaak wordt afgedaan als “groene praat” of “nostalgisch gezwets” een verhaal dat elke politieke partij nauw aan het hart zou moeten liggen: het versterken van de eigen economie en het verduurzamen van de eigen maatschappij, met oog voor het algemeen welzijn op lange termijn.

Terug naar vroeger? Verre van, maar laat ons toch ook het kind niet met het badwater weggooien.

* MO* 127, Lente 2018, P309696, p. 48-52.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s